wijnvat: 0 artikelen

Wijnproeverij

In een ontspannen sfeer kennis maken met exclusieve Zuid-Afrikaanse wijnen, van rode -tot witte - tot vonkelwijnen. Wij serveren hierbij desgewenst Zuid-Afrikaanse hapjes en gerechten. De smaken en de omgeving doen alles voor een moment vergeten. Hierbij waant u zich op de Afrikaanse vlakten, ver weg van alles. Wynplaas staat voor ongekende verwennerij.

Wijnproeverijen worden in een Zuid-Afrikaanse en informele sfeer door ons georganiseerd in Zeewolde of op een door u gewenste locatie. Naast het proeven van de wijnen zullen o.a. kleur, geur en afdronk centraal staan. Kortom een gezellige en leerzame ervaring. De gewenste datum, begin- en eindtijd kunnen in overleg met u worden bepaald.

  • groepsgrootte 10 tot 15 personen
  • aan de hand van een thema worden 6 à 8 wijnen gepresenteerd
  • bij de proeverijen worden diverse Zuid-Afrikaanse hapjes geserveerd.
Geïnteresseerd? Neem gerust contact met ons op, zodat wij samen met u de ideale proeverij tot stand kunnen brengen.

Het proeven van wijn

Wijnproeven is het zintuiglijk waarnemen van de kleuren en smaak in de opbouw en in de afdronk.

De kleur

De kleurschakering kan ons informatie verschaffen over de kwaliteit en de leeftijd van de wijn.

Na de pluk worden de druiven deels ontsteeld en meestal licht gekneusd. Blauwe druiven gaan voor het maken van rode wijn met schil en al in de gistkuip en na ongeveer een etmaal komt de gisting op gang. De tijd dat de schillen en pitten van de druiven meegisten en meeweken, is uiteindelijk bepalend voor het karakter van de wijn, waarbij een langer contact met de schillen mede zorgdraagt voor een grotere hoeveelheid tannine en zullen de schillen meer kleurstoffen afgeven, waardoor de wijn uiteindelijk intenser van kleur zal zijn.

Om de kleur goed te kunnen bekijken, wordt er ongeveer twee centimeter wijn in een glas geschonken. Houd je glas aan de steel of voet en kijk van boven in het glas. Beoordeel de helderheid. Draai je glas nu iets horizontaal tegen een witte ondergrond en kijk daarbij naar het oppervlak voor de kleurintensiteit.Wals (houd het glas aan de steel rechtop en maak een lichtdraaiende beweging met de pols. Hierdoor draait de wijn golvend rond in het glas.) de wijn even rustig in het glas. Kijk nu naar de "tranen" in het glas. Hoe langzamer zij zich gedragen hoe meer viscositeit (stroperigheid) de wijn bevat.

Jonge, droge witte wijn is bleek, lichtgeel met groene nuances. Bij het ouderen verloopt de kleur van de wijn van geel naar goud.

Dessertwijnen hebben van nature al een hoge viscositeit, terwijl het kleurpalet loopt van geel tot intens goudgeel.

Bij rode wijnen variëren de kleurnances van paars, purper in zijn prille begin tot rood na de eerste paar jaar. Naarmate de wijn ouder wordt, zullen er steeds meer bruine tonen ontstaan, bij sommigen zelfs oranje tinten.

Naar boven

De geur

De geur is nauw verbonden met de smaak. Wals de wijn even in het glas en ruik nu weer voor een paar seconden lang in het glas. Door het walsen komt er extra lucht bij de wijn en komen de geurstoffen vrij, waardoor je neus ze beter kan opnemen. De geur alleen zal nog niet alles zeggen over de wijn, maar geeft al wel een indruk over de mogelijke complexiteit of eenvoud van de wijn. De geurindrukken worden oonderverdeeld in aroma's en bouquetstoffen. Sommige wijnen kunnen wat gesloten zijn en hebben tijdens de proeverij wat meer tijd nodig om zich te presenteren, andere wijnen hebben een zo overweldigend bouquet dat je deze al kunt waarnemen tijdens het inschenken.

Naar boven

De smaak

In de mond komen een hoop smaakaspecten aan bod. Neem een kleine slok van de wijn en laat deze door je hele mond rondgaan waardoor je een eerste indruk krijgt. Slik de wijn door of spuug deze uit. Neem nu een iets grotere slok en laat deze door de mond gaan zodat hij alle delen van de tong en de mond heeft beroerd. Om de smaaktonen in de wijn nog nadrukkelijker te ontleden kan wat lucht naar binnen worden geslurpt, waardoor meer smaak uit de wijn vrijkomt.

Zoet wordt het best waargenomen op de punt, zout wordt op het middengedeelte, zuur vooral op de tongranden en bitter op de achterkant waargenomen. Aan de binnenzijde van de wangen is het tanninegehalte goed te beoordelen en de warmte van alcohol wordt in de keelopening gevoeld.

Na het doorslikken of uitspugen van de wijn wordt het evenwicht tussen de verschillende stoffen in de wijn en de afdronk beoordeeld.

Naar boven

De afdronk

Na het proeven van de wijn komt het moment dat na het doorslikken of uitspugen wordt ontdekt hoe lang de smaak nog in de mond blijft hangen en welke impressies daarbij worden opgedaan. Is het een plezierige lange afdronk dan hebben we doorgaans te maken met een goed in balans zijnde kwaliteitswijn. Is de afdronk kort en dun of helemaal niet aanwezig? Ook als een wijn nog jong is, dan nog kan je ontdekken of een wijn potentie heeft en in balans is of nog in balans moet komen. Hoe je de afdronk beleeft, is geheel afhankelijk van de eigen smaak en de ervaring.

Naar boven

Wijn en spijs

Wanneer wijn en spijs in harmonie met elkaar zijn, ontstaat een unieke smaakervaring. Er kunnen prachtige samenstellingen ontstaan waarbij de eigen smaak het belangrijkst is. Er bestaan ook algemen richtlijnen wat betreft de volgorde van drinken en de combinatie met de verschillende gerechten.

Bij een evenwichtige maaltijd wordt droge wijn voor zoete, droge witte voor rode, rode voor zoete en jonge voor oudere wijn gedronken.

Naar boven

Bewaren van wijn

De flessen behoren liggend bewaard te worden. Hierdoor wordt voorkomen dat de kurk uitdroogt en zuurstof de wijn doet oxideren.

Om van de rijke complexiteit van goede en/of oudere wijnen te genieten hebben de flessen rust nodig: donker (duisternis), stabiele temperatuur, niet te droog, niet te nat, frisse lucht, geen tocht.

De ideale temperatuur voor het bewaren van wijn is 11 à 12 °C. De luchtochtigheid 60 à 80%.

Naar boven

Openen van de fles

Alvorens we de kurkentrekker gebruiken, dienen we de capsule van de kurk te verwijderen. Ongeveer een halve centimeter onder de bovenrand van de fles bevindt zich een verdikking. Snijdt langs de verdikking de bovenkant van de capsule af. Draai vervolgens de kurkentrekker zo goed mogelijk in het midden van de kurk. Als de kurk er uit is reinig je best nog even de flessenmond. De wijn is nu klaar om geschonken te worden. Soms kan het beter zijn de wijn eerst te decanteren, het overschenken van wijn in een karaf. Hierbij wordt de wijn met depot gescheiden van het bezinksel. Bij het ontkurken van de fles wordt de kurk zo voorzichtig mogelijk uit de hals gehaald.

Bij vonkelwijnen wordt geen gebruik gemaakt van een kurkentrekker.

  • Hou de fles schuin. Probeer rekening te houden met de richting waarin je de fles richt.
  • Verwijder de folie en de ijzerdraad. Plaats onmiddelijk na het verwijderen van de ijzerdraad je duim op de kurk.
  • Draai nu langzaam de kurk los. Dit kan je het best doen door de kurk stevig vast te houden en langzaam aan de fles te draaien.

Direct nadat de kurk uit de fles is, is het van belang dat je de fles zo schuin mogelijk houdt. Dit voorkomt dat de wijn uit de hals schuimt.

Naar boven

Glaswerk

Het glas behoort een stevige voet en steel te hebben. De vorm van de kelk moet naar boven toe taps toelopen om de geuren op te vangen. Om de kleur en diepte van een wijn te kunnen beoordelen behoort het glas helder en dun te zijn.

Wijnglazen mogen hoogstens halfvol zijn. Het bouquet kan zich het beste ontwikkelen in een glas met voldoende lucht boven het wijnoppervlak. Door kleine ronddraaiende bewegingen van het glas ('walsen') wordt de wijn iets tegen het glas omhoog gebracht, waardoor het bouqet door de neus optimaal waargenomen kan worden.

Ook de rand van het glas heeft invloed op de smaakbeleving. Deze moet dun en perfect van vorm zijn en mag niet een dikke, ronde rand zijn. De rand moet er voor zorgen dat deze bij het drinken van de wijn optimaal in contact komt met de smaakpapillen van de tong en dat kleine slokjes mogelijk zijn, waardoor lang van de wijn kan worden genoten.

Naar boven

Serveertemperatuur

De serveertemperatuur van een wijn is zeer belangrijk. Hij is van grote invloed op de expressie van de wijn en hoe de wijn gewaardeerd wordt door de proever. Bij een te lage temperatuur worden de smaakpapillen verdoofd en komen de van nature vluchtige boeketstoffen niet los. De wijnen lijken hierdoor frisser, scherper, agressiever en wranger. Een te lage temperatuur verbergt zowel gebreken als kwaliteiten. Bij een te hoge temperatuur ontstaat er een dominantie van alcohol.

In het algemeen geldt een serveertemperatuur van

  7 à 9 °C voor fruitige, frisse, halfdroge witte wijnen
  8 à 10 °C voor Vonkelwijn en mousserende wijnen
  8 à 10 °C voor frisse, lichte, fruitige, droge witte wijnen
  8 à 10 °C voor rosé
  8 à 12 °C voor zoete witte wijnen
  10 à 13 °C voor weelderige, zoete witte wijnen
  10 à 13 °C voor volle, aromatische, droge witte wijnen
  12 °C voor zeer volle, complexe, droge witte wijnen
     
  13 à 15 °C voor frisse, fruitige, lichte en soepele rode wijnen
  16 à 19 °C voor volle, kruidige, vrij complexe rode wijnen
  16 à 19 °C voor krachtige, geconcentreerde, robuuste rode wijnen
  16 à 19 °C voor zoete rode wijnen
  18 °C voor port
     
Naar boven

Lees meer over...

» Kleur
» Geur
» Smaak
» Afdronk

» Wijn en spijs

» Bewaren van wijn
» Openen van de fles
» Glaswerk
» Serveertemperatuur